Blonde mummies uit Xinjiang
‘Europese’ prehistorische schoonheid uit het Takla Makan gebied

Op deze foto zie je de 4000 jaar oude mummie uit Loulan. Deze vrouw was ongeveer 40 jaar oud toen ze overleed. Naast haar hoofd ligt een mandje dat tarwekorrels bevat. De laatste 25 jaar hebben Chinese en Westerse archeologen goed geconserveerde resten van lichamen blootgelegd in het stroomgebied van de Tarim in de Uyghur regio. Sommigen van deze mummies zijn te dateren op zo’n 4000 jaar en mogelijk zelfs ouder.
.
In 1978 werd de eerste mummie gevonden door de Chinese archeoloog Wang Binghua bij Qizilchoqa ten oosten van Oeroemtsji ook wel Urumqi, de hoofdstad van de Uyghur regio.
In de loop van de jaren 1980 - 1990 vergezelden verschillende westerse studenten de archeoloog Wang in deze regio om de opgravingen te observeren. Onder hen was Victor Mair, een professor in de Chinese literatuur aann de Universiteit van Pennsylvanië, Dr. Jeannine Davis-Kimball, president directeur van het Centrum voor de bestudering van de Euraziatische Nomaden en de Engelse archeologe Charlotte Roberts.
Toen ze het uiterlijk van de mummies zagen raakten ze heel opgewonden. Het waren alledaagse figuren in alledaagse kleding in kleurrijke keperstof, geweven in Europese stijl en zo levensecht dat het leek alsof ze sliepen. Voor hen lagen geen Chinezen of Mongolen maar Kaukasiërs. Ze hadden scherpen neuzen, diepe en ronde oogkassen, rood of blond haar en de mannen waren zwaar bebaard. Het waren onmiskenbaar blanken !
Een van de mummies van 1000 v.C, een man, lag vredig op zijn rug, de knieën licht gebogen, het hoofd op een wit kussen. De handen rustend op de buik, bij elkaar gebonden met een roodblauw koord. Zijn broek en shirt waren gemaakt van roodbruine wol, zijn sokken waren felgekleurd en hij had witleren laarzen aan die tot zijn dijen reikten. Op zijn slapen had hij getekende okergele spiralen.
Uit hetzelfde graf zijn drie vrouwen en een ongeveer drie maanden oude baby tevoorschijn gehaald. Het kind had een blauw vilten muts op en de ogen waren bedekt met blauwe stenen. Naast de baby lag een drinkbeker in de vorm van een koeienhoorn en de uier van een schaap deed dienst als fles.
Er
zijn veel verschillende methoden gebruikt om meer te weten te komen over deze
mummies. Oude documenten zijn onderzocht en fragmenten van textiel zijn
vergeleken op de stijl van weven. DNA deskundigen pasten hun nieuwste technieken
toe, antropologen bestudeerden de botten en vergeleken deze met monsters van
heel Eurazië. Archeologen onderzochten de begraafplaatsen van de mummies op
aanwijzingen om hun afkomst te kunnen bepalen
In het droge zand van de Takla-Makan-woestijn, waar de
luchtvochtigheid gemiddeld 5 procent bedraagt en per jaar nog geen 35
millimeter neerslag valt, krijgen ontbindende bacteriën geen kans, te meer daar
de bodem een hoog zoutgehalte kent en de winters extreem koud zijn. Bij die
unieke combinatie van omstandigheden blijven niet alleen de lichamen van de
overledenen intact maar ook hun kleding. Het verrassende was nu dat het
weefpatroon van de wollen omslagdoeken die sommige mummies uit Xinjiang droegen
sprekend leek op dat van de doeken die in de zoutmijnen nabij Hallstatt in Oostenrijk zijn opgedoken
en die van 1300-400 v.C. dateren.
Enkele
eeuwen voor het begin van onze jaartelling was de Takla-Makan-woestijn voor
zowel de Grieken als de Chinezen terra incognita en op hun kaarten
zetten ze op die plek monsterfiguren. Met de komst van de - later zo genoemde -
Zijderoute, die langs de Takla-Makan-woestijn voerde, vond een stroom aan
Chinese uitvindingen zijn weg naar het Westen. De boekdrukkunst, papier, het
magnetisch kompas, de ijzeren ploeg, buskruit, de aandrijfketting: steeds waren
de Chinezen er het eerst mee. Maar de opvatting dat het Chinese rijk zich
volledig los van het ‘achterlijke’ Westen zou hebben ontwikkeld, snijdt geen
enkel hout. In de prehistorie kwamen uit het westen de druif, het schaap en zijn
wol, de strijdwagen en het paard en meer. De volkeren die zich vanaf 2500 v.C.
in de Takla-Makan waagden namen technieken en gebruiken mee die hun weg naar
het oosten zouden vervolgen. Daarvan zijn de mummies de stille getuigen. En
ondanks de komst van de Turken en de massale import in de jaren vijftig van
Han-Chinezen op bevel van Mao Tse Tung, stroomt, zo wijst genetisch onderzoek
uit, hun bloed nog altijd door de aderen van huidige bewoners van Xinjiang.
Wetenschappelijke
artikelen over de Tarim-mummies verschenen in 1995 en 1998 in het Journal of
Indo-European Studies. Ze waren geschreven door archeologen,
textiel-experts, historici, genetici, fysisch-antropologen en taalkundigen. Op
een breder publiek gericht is het onlangs verschenen boek The Tarim Mummies:
Ancient China and the Mystery of the Earliest People from the West. Mair
schreef het samen met de Ierse archeoloog Jim Mallory. Het is een schitterend
geïllustreerde uitgave waarin het complexe onderwerp van de Chinese mummies
zorgvuldig en met grote kennis van zaken in zijn context is geplaatst
De ontdekking van de lichamen van een Indo-Europees ras dat zo lang
geleden in het huidige China leefde, kan alleen maar schaduwen werpen over de
bestaande culturele en taalkundige theorieën. De archeologen zullen een ander
wending moeten geven aan hun theorieën over de Indo-Germaanse thuislanden en
hun culturele handel.